Zondag 8 mei 2022, De Brasserie Het Zonnehuis Zonnehuisgroep Vlaardingen, zondag 15 mei 2022, Pietermankerk Zwijndrecht, zondag 22 mei 2022, Oecumenische Vereniging de Zendingskerk Ermelo & zondag 18 september 2022, Schoterhof Kennemerhart Haarlem

Preek naar aanleiding van Ruth 2:1-17 en Matteüs 12:1-9 uit de Naardense Bijbel voor de kerkdienst op zondag 8 mei 2022 om 10.15 uur in De Brasserie van Het Zonnehuis binnen de Zonnehuisgroep Vlaardingen, op zondag 15 mei 2022 om 9.00 uur in de Pietermankerk te Zwijndrecht, op zondag 22 mei 2022 om 10.00 uur in Oecumenische Vereniging de Zendingskerk te Ermelo en op zondag 18 september 2022 om 19.00 uur in Schoterhof van Kennemerhart te Haarlem

Gemeente,

Het boek Ruth, of Roeth, is de tweede rol in de Tenach, de joodse bijbel. Ruth lijkt welhaast verscholen te staan tussen Rechters en Samuël. Het verhaal in het boek Ruth staat niet op zichzelf, maar vangt aan in de tijd van de rechters. Ruth is een feestrol die met het Wekenfeest, in het Hebreeuws Sjavoeot, wordt gelezen. Vanaf het begin van de oogsttijd, de Pesach-week, tellen joodse lezer(es)s(en) af en vieren op de vijftigste dag feest op een locatie in Bethlehem, dat ‘Broodhuis’ betekent.

Het boek Ruth bevat in grote lijnen een oogstverhaal. De naam Ruth betekent ‘vrouwelijke metgezel’ en Ruth doet haar naam eer aan, want of ze zich nu bij haar schoonmoeder Noömi vervoegt of bij de jonge vrouwen die bij Boaz in dienst zijn, Ruth is een reiziger, iemand die met een ander meegaat, haar of hem begeleidt. Ruth is een Moabitische vrouw die voor een Israëliet in eerste instantie een vreemdeling is. In het boek Ruth echter getuigt Ruth van de wil zich te voegen bij het joodse volk. Met dat getuigenis geeft ze ook te kennen de Thora in z’n geheel te omarmen.

Ruth en haar schoonmoeder Noömi zijn beiden weduwe. Alle mannen in hun leven zijn overleden. Uitgerekend Ruth zal later de stammoeder van David worden. Maar eer het zover is, moet de liefde in gang worden gezet. En dus speelt schoonmoeder Noömi op de achtergrond de rol van regisseuse. Zij is de persoon die vanachter de schermen relaties en arbeidgerelateerde zaken vormgeeft.

Wanneer wij Ruth twee vers een tot zeventien lezen, dan lezen we een dagboekfragment dat als titel heeft meegekregen “Een dag op het veld”, zoals je kunt berichten over een werkdag en de bijzondere voorvallen die zich daarop hebben voorgedaan. Ruth heeft het recht achter de maaiers aren te lezen en maakt van dat recht gebruik. Ruth leidt een buitenleven. Ze is niet iemand die in de huiselijke sfeer tot haar recht komt en rust niet voordat er, letterlijk, brood op de plank komt. Ruth wordt kostwinner, een eenverdiener die na de dood van haar geliefde niet de hort op gaat, achter de jongens aan die bij Boaz in dienst zijn, maar zich mengt bij de jonge vrouwen die eveneens bij Boaz werkzaam zijn. Ze legt zich toe op de voedselvoorziening voor zichzelf en Noömi, sprokkelt dagelijks haar kostje bij elkaar. De emancipatie van Ruth vormt een belangrijke sociale kracht: zij neemt deel aan maatschappelijke arbeid.

Ruth is niet onopgemerkt gebleven. Boaz, die jegens Ruth familieverplichtingen heeft, heeft zijn oog op haar laten vallen. De overleden echtgenoot van Ruth was familie van Boaz en op basis van die verhouding als naaste familielid heeft Boaz de plicht Ruth te huwen en voor nageslacht te zorgen. Deze familieplicht vormde een sociale regeling in ‘Israëls verzorgingsstaat’, een vangnet en te vervullen belofte om wie in sociale zin statusverlies zou lijden alsnog toekomst te geven. Maar dat is niet de manier waarop Boaz naar Ruth kijkt: hij beschouwt haar niet primair als een kinderloze weduwe die voor hem een potentiële huwelijkspartner vormt. Hij beschouwt haar evenmin als een vreemdelinge, maar als iemand die de moed en daadkracht had zich tot een cultuur te wenden die zij voorheen niet kende. En dat is de pointe van het betoog van de auteur: er kan pas iets nieuws ontstaan wanneer mensen met hun tradities breken. Ruth doet dat door haar geboorteland te verlaten en te integreren in een onbekende cultuur. Boaz door niet te gehoorzamen aan traditionele, ongeschreven regels.

Om te begrijpen met welk mechanisme Boaz breekt, schets ik kort een voorgeschiedenis. De Moabieten waren een aan Israël vijandig volk. Toen het volk Israël door de woestijn trok op zoek naar een eigen gebied, onthielden de Moabieten hen water en brood conform een regel onder nomaden. Vervolgens werd er een bepaling in de Thora opgenomen dat zolang het joodse volk leefde het nimmer vrede en het goede voor de Moabieten moest zoeken. Boaz zet deze vorm van wraak zelf op z’n nummer. Boaz overwint de vooroordelen die hij wellicht had wanneer hij ziet hoe trouw Ruth is jegens haar schoonmoeder Noömi, die gevlucht was vanwege een hongersnood. Ruth belichaamt de openbaring. Zij is de verrassende ontdekking die Boaz doet, de correctie op de wetsclausule. Als Boaz door Ruths optreden íets heeft begrepen, dan is het dat er een voorschrift is dat alle wetten te boven gaat en dat is: de liefde. Boaz is krachtig, doortastend en viriel. Hij neemt de rol van losser op zich. Door Ruth te huwen, verbindt hij zich een leven lang met een persoon. En op die wijze eindigt het verhaal Ruth met een huwelijk tussen een Moabitische vrouw en een Israëlitische man.

Ook Matteüs twaalf vers een tot negen wordt gemotiveerd door het verschil tussen banden die gebaseerd zijn op affectie als drijvende kracht en de instandhouding van structuren op basis van gewoonten. De eerste negen verzen van Matteüs twaalf bevatten een verhaal dat de rigiditeit thematiseert die tot uiting komt in het vasthouden aan de wet die samenhangt met de sabbat. Er waren vormen van arbeid, zoals oogsten, waarvoor op de sabbat een verbod gold. De farizeeën zagen het plukken van graan als een vorm van oogsten. Nu kent de auteur van het Matteüsevangelie zijn joodse bronnen. Hij heeft veel van het Oude Testament geërfd en heeft weet van geschriften buiten de Hebreeuwse bijbel. Met die voorkennis laat hij Jezus de invloedssfeer van de farizeeën betreden door hem de synagoge te laten binnengaan. Met zijn onderwijs richt de auteur zich via Jezus tegen een concentratie op de wet. In de dialoog die hij opzet, confronteert hij de farizeeën met een nieuwe didactiek, die uitgaat van ruimdenkendheid op basis van sociale zin als vervulling van de wet.

Welke invloed hadden de wetsbepalingen nu op het idee van de sabbat? De sabbat is een woord dat ‘ophouden’ betekent, je arbeiden en bedrijvigheid staken, met als doel bevrijd te worden van enige vorm van slavernij en jezelf rust te gunnen. Dat kan op ieder moment. De sabbat is niet voorbehouden aan een dag. Maar in plaats van dat wetgeving ten dienste stond van de vervulling van menselijke behoeftes, leken ‘wetsbeijveraars’ de bepalingen zelf van belang te vinden. Zij spiegelden een gebruik dat omwille van het gebruik zelf in stand werd gehouden, zelfs al belette de naleving ervan de honger van menig mens te stillen. Wetten waren in plaats van instrumenten doelen op zich geworden. Matteüs twaalf vers een tot negen is dus ook een verhaal over onbegrip en groeiende weerstand van wetsdenkers tegenover religieus anarchisme. Het religieus anarchisme dat Jezus en de discipelen voorstaan, wordt gevoed door de centrale gedachte dat God heerst. Dat God heerst wil zeggen, in staat zijn te begrijpen wat het doel is van een wet en die wet tussen haken te plaatsen als het de behoeften van mensen frustreert. Ook op de sabbat staat compassievol handelen centraal. De wet? Die staat in je hart geschreven, en toch, aldus de auteur, is begrip van sociale situaties waarin tegemoet wordt gekomen aan de fysieke en psychologische noden en verlangens van concrete individuen belangrijker dan het volgen van rituelen. Rituelen stellen zelf ‘weinig’ voor. Het zijn herhalingen die in het teken staan van iets anders.

Onze wereld staat vermoedelijk ver af van de arenlezers die de achtergebleven korenaren na de oogst bijeenzamelen. Wij plukken geen graan langs de randen van een akker. Ook zijn we wellicht geen wetslezers die zich bezighouden met het interpreteren en handhaven van wetten. Wij zijn echter wel mensen die zoeken, vinden, oprapen, verzamelen, recyclen en leven van het nalatenschap van anderen. Wij lezen en interpreteren teksten, elkaar en situaties, spellen woorden uit, herlezen en worden op die wijze bij onszelf bepaald.

Het kan gebeuren dat je niet begrijpt hoe een enkele mens in je bestaan komt, maar dat uitgerekend deze mens je redt van patronen en een leven dat omringd wordt door allerlei ge- en verboden. Of dat je in de stappen die je zet je omgeving zo beïnvloedt dat mensen erdoor groeien. Het aanbreken van het hemelse koninkrijk kan betekenen regelgeving in het licht van nieuwe ontwikkelingen bij te stellen of met losse structuren te werken. Dan neem je deel aan een nieuwe manier van denken en doen die zowel je geestelijke, intellectuele als existentiële honger stilt en wordt Gods rijk hersteld.

Amen